link naar de RSS Feed van de laatste nieuwsberichten meld deze pagina op Twitter meld deze pagina op Facebook

Maria ter Weghe - Onze Lieve Vrouw van Haastrecht

In de buurt van het Belgische Dinant ligt het gehuchtje Foy, dat nog geen 140 inwoners telt. Centraal in het plaatsje staat de zeven­tiende-eeuwse kerk van Onze Lieve Vrouw van Foy. Op deze plaats begint de geschiedenis van Maria ter Weghe (“Beata Maria Viatrix”), oftewel: “Onze Lieve Vrouw van Haast­recht”, vanouds ook onder de titel “Hulp der christenen” ver­eerd.

Grote eik uit Foy

In het jaar 1609 werd in Foy (nabij Bastogne, België, nabij de grens met Luxemburg) een grote eik, eigendom van een schipper uit Dinant, verkocht aan de heer van het kasteel van Celles. De heer van Celles liet de boom omhakken om er plan­ken van te laten maken. De boom werd geveld maar bleek groten­deels vermolmd te zijn waarop de heer opdracht gaf er blokken brandhout van te maken.

Verborgen beeldje

In de eik vonden de houthakker en zijn maat een klein beeldje van Maria, verborgen achter een tralie van drie staven. Het beeldje was ongeveer 22,5 centimeter hoog. Vermoedelijk was het daar in vroeger eeuwen langs de weg geplaatst en, doordat de boom verder groeide, geleidelijk aan het oog onttrokken.

Gelijmd door een meisje uit het dorp

Door de bijlslagen van de houthakker waren het hoofd van Maria er afgeslagen en ook de arm van het kind Jezus. Een meisje uit het dorp lijmde de stukken aan elkaar. Nadat het beeldje enige tijd in het kasteel had gestaan, liet de heer van Celles het opnieuw in een eik langs de weg plaatsen. Verschillende perso­nen lieten uit blokken hout van de omgekapte eikenboom een kopie van dit beeldje maken, vooral toen er wonder­baar­lijke dingen gebeurden. Want al spoedig vonden er genezingen plaats die werden toege­schreven aan de voorspraak van Onze Lieve Vrouw van Foy. Enkele opzien­barende gevallen deden de stroom van pelgrims groeien. In1624 werd daarom de kerk ingewijd, die er nu nog staat en daarin kreeg het beeldje een ere­plaats. (zie ook www.pelefoy.be)

Diverse kopieën

Uit de eik waarin het beeldje in de jaren daarvoor had ge­staan, werden opnieuw min of meer getrouwe kopieën gemaakt van het gevonden beeldje. De provinciaal van de paters Jezuieten, Willem de Wael van Vronestein, gaf aan verschillende plaatsen zo'n kopie. De bekendste kopie is wel het beeldje van Maria van Haastrecht. In 1647 kwam de toen 67 jarige pater Jezu et en oud-provinciaal, Florentius de Montmorency, uit België naar Haastrecht op visitatie. In Haastrecht waren destijds Jezuie­ten pastoor. Als geschenk voor zijn medebroeder in Haastrecht bracht de Belgische pater uit naam van de provinciaal dit exemplaar van Maria van Foy mee.

Geertrui Bick

Maria ter WegheIn de Wijdtstraat te Gouda woonde Geertrui Bick, 33 jaar oud en door een ongeluk al 17 jaar verlamd aan haar rechterzijde, die zij sinds 14 februari van dat jaar helemaal niet meer had kunnen bewegen. Geertrui was een vrome vrouw, een “klopje”, zoals de vrouwen werden genoemd die hun leven aan God en de Kerk hadden toegewijd. De boven­verdieping van haar huis “De vier heems­kin­deren” was als schuilkerk in gebruik (tegenwoor­dig: Wijdstraat 2). Artsen en medicijnen konden haar niet helpen en zij zocht haar toevlucht in het gebed. Zij vroeg aan haar biechtvader, pater Nicolaas de Jonge, pastoor van Haast­recht, om voor haar op 18 oktober een heilige Mis op te dragen en haar het pas gekregen beeldje van Maria eens te brengen. Die ochtend biechtte zij en zij ontving de heilige communie. Daarna viel zij in een diepe slaap. Om tien uur werd het beeldje gebracht en door de dienstbode tegen haar lamme zijde gelegd, terwijl zij sliep. Om elf uur werd de zieke wakker en zij bleek de zijde die verlamd was geweest, nu te kunnen bewegen. Zonder hulp kleedde zij zich aan en ging de 34 treden van de trap op naar de kerkruimte, wat zij tevoren niet had gekund. De dag erna werd door haar een verklaring afgelegd, die weer een dag later door zes getuigen werd ondertekend.

Bedevaart

In de jaren erna vonden er verschil­lende wonder­lijke gene­zin­gen, gebeds­ver­horingen en bekeringen plaats, die werden toege­schreven aan de voor­spraak van Maria. Een weduwe uit Stein bij Haast­recht, die al twintig jaar blind was, genas plotseling in de kerk en dit vond eveneens op 18 oktober plaats. Mede hier­door kwamen steeds meer katholieken en ook niet-katholieken op bedevaart. In 1650 genas een protestants meisje, dat met haar vader naar Maria van Haastrecht kwam, van haar epilepsie. Soms werd het beeldje ver­plaatst: naar een kraamvrouw in Oudewater of een koestal waar een besmetting heerste. In later tijden werd het beeldje steeds vaker naar de zieken gebracht in een klein, speciaal daarvoor vervaar­digd koffertje. Vandaar de naam ‘Maria ter Weghe’: Maria-die-op-weg-gaat.

Schuilkerk

In de beginjaren van de katholieke statie na de hervorming, werd op verschil­lende plaatsen kerk gehouden. Het Maria­beeldje stond op de zolder­verdieping van het woonhuis van de priester, waar een schuilkerk was. Enige tijd later werd het ernaast gelegen pand als kapel ingericht en werd het beeldje daarheen over­gebracht. Pastorie en kapel waren naast elkaar gelegen aan de Hoogstraat in Haastrecht (naast herberg “De Keyser”).

Schuurkerk aan de Grote Haven

Met hulp van een welge­stelde Goudse apotheker werd een stuk grond aan de Grote Haven gekocht, waarop in 1682 een schuur­kerk werd gebouwd, ongeveer op de plaats van de huidige Sint Barnabas­kerk. De kapel aan de Hoogstraat bleef echter in gebruik tot 1877, toen het beeldje naar de huidige parochie­kerk werd overgebracht. In 1881 kreeg Maria ter Weghe haar plaats op het Maria-altaar, toen links vóórin de kerk. Toen in 2006 de kerk van binnen werd gerenoveerd, is het Maria-altaar naar de rechterzijde ver­plaatst.

Twintigste eeuw

In de twintigste eeuw leefde de devotie voor Maria van Haast­recht weer op: er werden bedevaarten gehouden, wij-geschenken (ex-voto’s) gegeven en vele malen ging Maria ‘ter Weghe’, vooral naar de zieken. Vele malen werden gebeds­ver­horingen en genezingen op voorspraak van Maria van Haastrecht gemeld.

Gekroond onder de titel ‘Maria Viatrix’

Maria ter WegheOp 18 oktober 1955 werd het beeldje van Maria gekroond door de bisschop van Haarlem, als afgevaar­digde van het kapittel van de Sint Pieter in Rome. Deze kroning houdt in dat de bekend­heid en de verering van Maria in deze vorm door de Kerk wordt erkend en “bekroond”. Het kapittel van Sint Pieter is de instantie die deze officiële erkenning na onderzoek en afweging kan verlenen. Het beeldje is gekroond onder de titel ‘Maria ter Weghe’ (‘Maria Viatrix’).

Gestolen

Op 2 mei 1962 werd het beeldje, dat eens uit Foy gekomen was, gestolen. Enige tijd later is een nieuw beeldje uit Foy geko­men, een getrouwe kopie van het eerste. De verering van Maria ter Weghe is echter gebleven en na een kleine ‘dip’ weer opge­leefd. Vele honderden mensen hebben een replica van het beeld­je aangeschaft. Gelovigen schonken een kostbaar kazuifel met de beeltenis van Maria ter Weghe, een processievaandel en zilveren kroontjes. Bij de veertigste verjaardag van de kro­ning heeft het kerk­bestuur een gouden kelk en hostieschaal laten vervaardigen. Vele tientallen mensen brengen de dag voor het feest van Maria van Haastrecht bloemen voor de versiering van het altaar. Na afloop van de plechtige Eucharistie­viering wordt met een replica van het Mariabeeldje een licht­processie gehouden door de kinderen.

350 jarig bestaan

Bij het 350 jarig bestaan van de verering in 1997 werd de Haastrechtse bedevaart door de aarts­priester van de sint Pieter, kardinaal V. Noë, ontvangen en werd het beeldje door paus Johannes Paulus II gezegend. Bij die gele­genheid is een eigen Misformulier voor Maria ter Weghe opge­steld, en goedgekeurd. Nog steeds bestaat het gebruik dat Maria “ter Weghe” gaat.

Jaarlijks feest op 18 oktober

Het jaarlijkse feest van Maria van Haastrecht wordt gevierd op 18 oktober. Met de goed­keuring van het Misformulier is het feest van Maria ter Weghe als vrije gedachtenis ingevoerd voor het bisdom Rotterdam. Vanwege de viering van Sint Lucas wordt deze gedachtenis op 20 oktober gevierd, maar voor Haastrecht is de datum van 18 oktober behouden gebleven.

Mgr. Jan Hendriks

    Voetnoten:
  1. Misformulier in: Verzameling mis­formulieren ter ere van de heilige maagd Maria. Nederlandse standaard-editie, uitgegeven door de Nederlandse Bisschoppen­confe­rentie (Beleidssector Litur­gie/NRL, 2005), pp. 237-239.
  2. K. GOUDRIAAN, “De verering van Onze Lieve Vrouw van Haast­recht”, in: Historische Encyclo­pedie Krimpenerwaard (1997).
  3. J.A.F. KRONENBURG, Maria's heerlijkheid in Nederland, deel 7(Amsterdam, 1911), pp. 360-369.
  4. B.P.M. DE JONG, Oude Mariadevoties in eere hersteld (Goud­a,1916), pp. 77-113.
  5. A.J. K LKER, Haastrecht. Hoofdstukken uit het ontstaan en de ontwik­ke­ling van die steede ende landen van Haestregt (Hol­landse Studiën 6, Dordrecht, 1974).
  6. P.J. MARGRY e.a., Bedevaart­plaatsen in Nederland. Deel 1: Noord- en Midden-Nederland (Amsterdam/Hilversum: PJMI/Verlo­ren, 1997).
  7. A. VAN LOMMEL, “Bouwstoffen voor de kerkelijke geschiedenis van verschillende parochiën thans behoorende tot het Bisdom van Haarlem”, in: Bijdragen Bisdom Haarlem 7 (1879), pp. 340-390.
  8. R.R. POST, “Zes verslagen over de werkzaamheden door deJezuïe­ten der Hollandsche missie verricht”, in: Archief Aartsbisdom Utrecht 58(1934), pp. 1-89; 59(1935), pp. 79-196.

 

Maria ter Weghe



 

St. Barnabasparochie • Grote Haven 8 • 2851 BM  Haastrecht  /  H. Bartholomeusparochie • Wal 61 • 2871 BC  Schoonhoven
(0182) 38 24 55 • info@barnabasparochie.nlinfo@bartholomeusparochie.nl